DE SANGLOCHON :
Vroeger noemde men hem “ de zwarte”, de wilde... momenteel spreekt men soms ook over cochonglier (cochon = varken + sanglier= everzwijn).Bij ons noemt men hem de sanglochon.
In woordenboek zult u het woord "sanglochon" niet vinden... en terecht omdat het hier om een gedeponeerd handelsmerk gaat.
Tot het eind van de 19-e eeuw bracht men de varkens nog naar het bos. Zij vonden daar voedsel en frisse lucht. Het was dan ook niet uitzonderlijk dat een zeug haar wilde neef op haar weg kruiste. Als ze wat voor elkaar voelden, haalde het everzwijn met haar “ een smerige streek “ ( “ tour de cochon”)uit. Drie maanden, drie weken en drie dagen later werden de kleintjes geboren, half everzwijn, half varken... sanglochons.
De bijzondere smaak van hun vlees garandeerde de veehouder een verwachte en welkome meerwaarde. Omdat in de vorige eeuw de zeugen binnen een omheinde ruimte werden gehouden, gingen de wilde liefdes verloren en zijn de "sanglochons" verdwenen. Vandaag de dag zijn aan "de hoeve van Sanglochons" deze “kruisingen” uit het verleden opnieuw in de smaak gaan vallen. De fokhoeve geeft ons opnieuw de kans om u opnieuw van de producten van de sanglochon alsook van andere vleeswaren “van het huis” te laten genieten.